<< gelukkig zijn >>
Gelukkig zijn zit in een klein hoekje
 

Leven of geleefd worden

Je kunt als mens leven, of geleefd worden. Je kunt verplichtingen krijgen of aangaan. Je kunt moe zijn of energiek. De samenleving vraagt veel van ons. Dat duidt precies het spanningsveld aan waar je als mens je in bevindt. De spanning tussen egoïsme en sociaal gedrag, tussen iets voor jezelf doen en iets voor een ander. Vaak doe je het een terwijl je vindt dat je het andere te weinig doet.

Als student had ik regelmatig gesprekken met mijn mentor, een baardige alternatieveling die zijn sporen verdiend had als manager van een band, organisatieadviseur, pastoraal medewerker en docent. Dei gesprekken vonden meestal op zijn kantoortje plaats, aan een grote tafel, tussen de kamerplanten, bij gezellig licht van een paar schemerlampen. Ik probeerde in mijn stagejaar op een schoolinternaat de heftige ziele roerselen en sociale uitbarstingen van de bewoners/leerlingen in goede banen te leiden. Dat deed ik met veel idealisme en overmoed en weinig kennis van zaken. Het was een uitputtende bezigheid.

Geconfronteerd met mijn vermoeidheid gaf mijn mentor me de raad: 'Ga eens voor jezelf na bij welke activiteiten de energiestroom naar je toe gericht is en wanneer van je af.' Dat is een goede vraag. Het was handig dat hij me deze raad gaf in plaats van in het algemeen aan te bevelen het maar eens rustig aan te doen. Zolang je blijft werken heeft dat weinig zin. Je wordt moe als je teveel geeft en als je te weinig in situaties bent waar je kunt nemen. Wat je geeft en wat je neemt is vaak heel persoonlijk. Een tof concert, lekker uit eten gaan, rustig tegen de dijk in de zon liggen, dat kunnen allemaal momenten zijn dat je jezelf oplaadt. Er zijn zelfs mensen die tot rust komen als ze aan het werk zijn. Hoe de energiestroom voor jou is heeft ook weinig met leuk of vervelend te maken. 's Avonds laat willen we allemaal een keer naar bed. Het dag-nacht ritme is een basisgegeven waar je maar beperkt los van kunt komen.

Energiebalans betekent dat je door de dagen heen lekker in je vel zit en de activiteit op kunt brengen om de dingen te doen die je wilt doen. Voor mij had mijn mentor gelijk. Door te onderzoeken waarbij de energie van me wegging en op welke momenten ik in omstandigheden verkeerde waarbij er een energiestroom naar mij toe gericht was ontdekte ik dat het vanzelfsprekend was dat ik me moe voelde. Die momenten bleken heel schaars te zijn. Het was daardoor direct duidelijk wat ik zelf aan mijn vermoeidheid kon doen: meer situaties creëren waarbij ik energie opdeed. Ik ben begonnen met elke avond een half uur te wandelen. Dat leek aanvankelijk een nieuwe verplichting erbij. Zonder energie nog weer een half uur voor mezelf bezig zijn. Ook daar leek de energie weg te stromen. Ik ontdekte dat de oplossing veel nadrukkelijker te vinden was in het onderscheid: waar werk ik voor een ander en waar werkt een ander voor mij. Toen ik dat eenmaal door had werden de wandelingen heel anders. Ik genoot van het keurig onderhouden park. Ik zag hoe mensen van gemeentewerken 'mijn' vuilnisbakken leegmaakten. Toen er nieuwe viooltjes in de borders gepoot werden volgde ik het werk alsof het mijn eigen tuin betrof. Ik begreep wel dat de nieuwe bankjes net zo goed voor ieder ander bestemd waren, toch gaf het mij een gevoel van rijkdom - en onmiskenbaar een energiestroom naar me toe - daar op te gaan zitten.

Het spanningsveld tussen iets voor jezelf doen en iets voor een ander doen is een reden voor veel excuses, geredeneer en gejammer. Het is ook een aanleiding voor afbakening, verharding van standpunten, het stellen van eisen en op je strepen staan. Vind je dat je wel eens iets voor jezelf moet doen? Vind je dat je wel eens iets voor een ander moet doen? Kun je dat alle twee tegelijk doen?

De meest onvruchtbare gedachte die ik daarover ken is dat je uiteindelijk alles voor jezelf doet. Dat gaat ongeveer zo: "Als je iets voor een ander doet, dan doe je dat toch omdat je daar een goed gevoel aan overhoudt. In feite doe je het dus voor jezelf."

Die redenering is tegelijkertijd pertinente onzin, én volkomen waar. Je kunt aanwat je voor een ander doet altijd eigen motieven koppelen. Bijvoorbeeld: ik doe je graag een plezier, ik heb op dit moment juist zin om af te wassen, ik vind het prettig om vanavond in een opgeruimd huis te zitten, of wat dan ook. Wie iets voor een ander doet zonder daar eigen motieven aan te koppelen maakt van zichzelf een dwangarbeider en daardoor van de ander een tiran. Of je dan zelf ook ervaart dat je iets voor een ander doet is nog maar de vraag. Je voelt je dan al snel slachtoffer van de omstandigheden. Daar komen echtscheidingen van, of in het beste geval een soort boekhouders van het voor wat hoort wat type. Opoffering trekt altijd een wissel op je relatie met degene voor wie je je opoffert.

De opvatting dat je alles uiteindelijk toch voor jezelf doet ontneemt echter aan de realiteit de vreugde van het schenken en dus van het ontvangen. Als ik de afwas doe terwijl zij toch echt aan de beurt was, doe ik haar vanavond een groot plezier. En daarbij blijft het onderscheid bestaan: de ander en ikzelf. Ongelukkige mensen zijn vaak gevangen in omstandigheden waar ze aan overgeleverd zijn. Er zijn weinig mensen die geloven dat ze ongelukkig zijn omdat ze dat zelf willen. Er zijn ook altijd erg veel redenen om ongelukkig te zijn. Hier volgen een paar voorbeelden.

Een vriendin van me woont op dit moment in een tent op een camping bij de boer. In het huis dat ze bewoonde werd ze voortdurend geplaagd door ruziënde buren. Ze deed er op het laatst geen oog meer dicht en voelde zich bedreigd. Buurtbemiddeling heeft niks opgeleverd. Haar uitering is stopgezet. Ze heeft geen werk. Ze fietst gedeprimeerd door de stad in de hoop voor de winter andere woonruimte te vinden.

Een vriend van mij probeert al meer dan drie jaar weer contact te krijgen met zijn kinderen. Sinds de echtscheiding zijn ze uit zijn leven verdwenen. Een omgangsregeling is door de rechter als 'onuitvoerbaar' afgewezen. De moeder van zijn kinderen weigert contact en gooit bij elk telefoontje direct de hoorn op de haak. Soms staat hij bij het hek als de school uitgaat. Dan zwaait hij even. Het gemis van zijn kinderen neemt hem volledig in beslag. Zijn bedrijf lijdt er onder door zijn gebrek aan aandacht voor andere dingen. Vrienden beginnen hem te mijden omdat hij nergens anders meer over praat.

Een vroegere collega kreeg een jaar vrijaf wegens zeer bijzondere verdiensten. Met die tijd kon hij gaan doen wat hij het liefste wilde, zijn ooit begonnen proefschrift over Nederlandse natuurkundigen in de zeventiende eeuw afmaken. Hij had zijn bureau er nog maar half voor klaargemaakt of hij ging met hoofdpijn naar de dokter. Die constateerde een hersentumor. Na drie maanden chemo-kuur konden we hem begraven.

Mijn buurman ging zijn huis verbouwen. Halverwege de klus ging zijn aannemer failliet. Nu zit hij met zijn gezin in een halve bouwput met een lege portemonnee. Je kunt zelf het rijtje aanvullen. Wij Nederlanders zijn goed in het vertellen van beklagenswaardige situaties. Verhalen vol leed, ongeluk, tegenslag en misère doen het goed.

Een verwant genre zijn de klaagverhalen. "Ze hebben daar eenrichtingsverkeer ingesteld. Hoe kun je daar nou nog komen?" "Voordat ze je op die opleiding toelaten met je eerst werkervaring hebben. Maar ze laten je pas ergens werken als je een opleiding hebt!" "Houden ze de receptie precies onder etenstijd. Hoe denken ze dan dat je dat doet?" Er is altijd genoeg onhebbelijks, onredelijks, onbehoorlijks onrechtvaardigs om over te klagen. En als je weet dat met klagen de zaak toch hetzelfde blijft; mijn vriendin, mijn vriend, mijn collega, ze dragen hun ongeluk lijdzaam en velen met hen. Die lijdzaamheid heeft zijn basis in het geloof dat er niks aan te doen is. Afwachten, hopen op betere tijden. Het ongeluk is groter dan je zelf bent. Daar sta je machteloos tegenover.

Net zo is het met de dingen die je allemaal moet, de verplichtingen die je hebt, de dingen waar je geen uitweg voor is. Die zijn voor iedereen verschillend, maar de overeenkomst is het tijdgebrek waar je onder gebukt gaat. Moeten, moeten, moeten. Eten koken en wc's schoonmaken bijvoorbeeld. Daar kun je nooit zo lang mee wachten. Kinderen naar school brengen. Naar de verjaardag van je oma. En voor velen de meest vanzelfsprekende: naar je werk. Ook daar is het 'moeten-duiveltje' aan de gang. Op tijd beginnen, volgens protocal werken, de deadline halen, werken voor de baas. Die betaalt. Jij hebt geld nodig, dus je moet een baan hebben. En al dat moeten, moet van een ander, moet jij van een ander!

Daar vliegt de beschouwing de bocht uit. Om het in een dramatische one-liner te zeggen: op het moment dat je een ander de schuld van je mislukte leven geeft is je leven pas echt mislukt. Dat kun je dus beter laten. Als jouw leven mislukt, dan ligt dat aan jezelf. Altijd. De filosofische redenering daarvoor gaat als volgt. Moeten komt altijd van een ander. (Moeten van jezelf is willen) Als jij iets van een ander moet doen heeft die ander macht over jou. Dat kan alleen als jij die ander die macht gegeven hebt. Jouw lichaam luistert immers alleen naar jou. Je bent het altijd zelf die beslist of je iets wel doet, of dat je weigert het te doen. Wat je zegt, hoe je beweegt, wat je armen en benen uitrichten, dat bepaal je zelf. Altijd. De emancipatie van de opgroeiende mens begint met het woord 'nee', en krijgt zijn voltooiing met de woorden: 'ik wil'.

----

Doe even rustig aan. Je zit te lezen. Er zijn andere mensen die dit ook lezen, of die dit gelezen hebben., of die dit zullen lezen. Het zijn onbekenden voor je. Stel je voor hoe ze er bij zitten. Of liggen ze? Waar denken ze aan? Wat zijn hun associaties bij het woord 'anderen'? Hoe voelen ze zich, gehaast, uitgerust, nieuwsgierig, ongeduldig, verveeld, geboeid? Is er iemand die inderdaad 'even rustig aan' doet, het boek weggelegd heeft en nu de tijd neemt om even te mijmeren? Die denkt nu dan misschien aan een oude kennis die erg gelukkig of erg ongelukkig is. Of misschien kijkt ze naar een voorbijvliegende vogel, de voorbijdrijvende wolken. Of leest iedereen juist extra haastig door om te zien wat de bedoeling van dat 'even rustig aan doen' is?

Hoe zit het met jouw associaties bij de redenering dat je altijd zelf bepaalt wat je doet? Geloof, ongeloof? Vanzelfsprekende beaming, vanzelfsprekende ontkenning? Probeer dan nu het volgende experiment. Je hoeft er geen krachtpatser voor te zijn. Een subtiele beheersing van de spieren van je gezicht volstaat: trek je mondhoeken een klein stukje omhoog en stop een paar tellen met lezen, verder niks. Echt even doen. Je legt je hand op de bladzijde, nog beter, je doet het boek dicht en je glimlacht. Voor een extra intense ervaring sluit je de ogen, als je daarbij er maar voor blijft zorgen dat je mondhoeken iets omhooggetrokken blijven. Glimlach en probeer dat tien tellen vol te houden voordat je weer verder leest.

----

Al heel veel mensen hebben dit - op commando! - gedaan. Allemaal hadden ze de ervaring dat ze zich door te glimlachen rustiger, vrediger, meer ontspannen voelden. Als je toch meteen doorgelezen hebt kun je het rustig nog proberen. Doe je ogen dicht, glimlach en de wereld verandert. In ieder geval, je gevoel verandert. Glimlachen maakt dat je dichter bij jezelf komt en beter kunt relativeren, en dat is het resultaat van een puur fysieke actie. Glimlachen bestaat alleen uit het omhoogtrekken van je mondhoeken. Dat doe je zelf. Daar heb je in ieder geval geen anderen voor nodig.


Geldgebrek Van jezelf houden Relatieproblemen Echtscheiding Luisteren
Drukte Problemen Gelukkig zijn
Lezen Gelukkig zijn Gelukkig worden

|